Gedichten

  • FAMILIEREÜNIE
  • op het einde van de dag
  • lijkt de lucht als voor eeuwig open,
  • lichtblauw is de avond
  • het museum binnengelopen
  • en zij die geschiedenis waren
  • zitten daar op het terras
  • met hem en met haar en
  • hoewel het vertrouwder is dan ooit
  • doet het einde van de dag
  • hen allen plotseling huiveren,
  • is het de wolk die spoedig
  • voor de zon zal schuiven,
  • de koudere wind die
  • vanuit de groeiende schaduw
  • op zal steken
  • of het besef dat afscheid het van alles wint
  • SCHRIJFHAND
  • een kroontjespen
  • geschoven in een
  • afgekloven, gele houder,
  • bracht de inkt naar papier
  • maar soms viel een zwarte zon
  • met angstige erupties
  • op het zeil van de klas
  • ik loog dat een ander
  • de dader was
  • en de leraar hield een
  • alsmaar kouder kruisverhoor
  • nee, dan zij,
  • met haar warme borsten
  • in mijn rug en
  • haar hand om mijn hand
  • gevouwen
  • schreef ik vloeiende letters
  • moeiteloos
  • soms is ze er nog,
  • als vanzelf
  • schrijf ik haar woorden op,
  • vanuit mijn warm geworden rug
  • ANTON
  • kon hij maar terug naar
  • de rivier waarlangs hij
  • geboren werd, waar
  • de zon draden gloeit
  • in ovaal, opbollende wolken,
  • boven de reusachtige fitting
  • van de stompe toren
  • kon hij maar terug
  • naar de stad waar
  • op het station de tijd
  • in blinkende sporen
  • vooruit- en terugglijdt
  • en buiten smoort in de
  • zijn gebogen gestalte
  • kon hij maar terug
  • naar de fabriek
  • om opnieuw de duisternis
  • te overwinnen waar nu
  • onder torenhoge, witte schaduw,
  • meeuwen vliegen
  • van eeuw tot eeuw
  • kon hij maar terug
  • naar zijn evenbeeld
  • om net als hij
  • nog eenmaal deemoedig
  • zijn hoofd te buigen
  • nederig zijn hoed af te nemen
  • voor de verlichte stad
  • OVERGAVE
  • paarse wolken,
  • besneeuwd als Pasen
  • treurwilgen in
  • besuikerd lichtgroen,
  • een dolk
  • boort zich
  • in mijn blikveld,
  • nat en ingezakt
  • ligt langs de oever
  • een eend
  • verslagen in het zicht
  • van het behageld
  • voorjaar
  • peinzend duwt mijn schoen
  • hem terug
  • op zijn rug drijft hij weg
  • zijn geknakte kop
  • in het water gezakt
  • valt me de overgave
  • van zijn vliezen op,
  • verontschuldigend haast,
  • onbeweeglijk vlak
  • op zijn buik
  • gelegd
  • KAARTENHUIS
  • broze zachtheid,
  • doorschijnt hun
  • doos met kamers
  • onbloot onbarmhartig
  • hun meubels en lampen
  • alsof de gevel is gesloopt
  • bij hun afgrond
  • zitten zij
  • verdiept in hun
  • ansichtkaarten,
  • vergeelde lijm
  • laat nog niet los
  • huis van bejaarden,
  • als een kaartenhuis
  • ineengezakt,
  • onder grijpers verzwolgen
  • de stofwolken opgetrokken
  • steken geraamten
  • verwondend steen